Uitdragerij.nl

Blog met culturele en alledaagse observaties

Bunnywereld

14 December 2008 in Restanten, boeken door Hans

echo-turqoiseIn augustus zag ik nog een erg goed optreden van Echo & The Bunnymen in Tivoli. Bij De Slegte in Leeuwarden stuitte ik onlangs op “Turquoise days: the weird world of Echo & The Bunnymen”. Chris Adams stelde een boeiend boek samen over de geschiedenis van de groep rond Ian McCulloch tot 2001.

In zijn voorwoord vertelt hij over zijn eerste kennismaking met de band door het horen van ‘A Promise’ in de kamer van een vriend:

“If someone were to ask me what the most pivotal moment of my life was, I’d to have to refer to those four minutes and five seconds in 1982. After that, everything changed.”

Adams is dus duidelijk fan. Om toch een zekere objectiviteit te garanderen, heeft hij een collage-techniek toegepast. Het boek bestaat vooral uit citaten uit interviews met bandleden (in het bijzonder spreekbuis ‘Mac the Mouth’) en recensies uit muziekbladen. Adams beperkt zich naast dit knip- en plakwerk tot het opzetten van de chronologie.

Hoewel de constante opstapeling van citaten soms wat vermoeiend is, leest het boek als een klassieke rockbiografie. Het ontstaan van de band vanuit de punkscene in de legendarische club Eric’s in Liverpool, de geleidelijke weg naar succes, ambitieuze platen en concerten, problemen met producers en platenmaatschappijen, botsende ego’s (McCulloch en gitarist Will Sergeant) teveel drank, persoonlijk drama (het noodlottig ongeval van drummer Pete de Freitas), creatieve impasses, solo-uitstapjes, het uiteenvallen van de band in 1988 en de wederopstanding tien jaar later: saai was de carrière van de groep nooit.

Met name in Groot-Brittanië was Echo & the Bunnymen in de jaren ’80 erg groot. Door journalisten werden ze geregeld de beste band ter wereld genoemd. Ian McCulloch was het daar van harte mee eens, hij vond dat tijdgenoten als U2 en Simple Minds niet in hun schadow konden staan (zijn constante grootspraak was ook een beetje een gimmick).

“I’d like people to understand that we’re not doing this to sell records. We’re doing this to compete with Shakespeare, Hieronymous Bosch and Vincent van Gogh instead of Jim Kerr or Boy George, because I don’t think they’re in the same sphere.”

Het grote commerciële succes bleef echter achter, de kansen voor een grote doorbraak werden door de band meestal (bewust) niet gegrepen. De band werd wel gevolgd door een trouwe schare fans, die vooral de charismatische McCulloch vereerden, zowel om zijn looks als zijn vermeend diepzinnige teksten. De Liverpudlian is hier zelf vrij nuchter over, getuige dit voorbeeld over de song ‘My white devil’:

“We had the riff, but I didn’t have any lyrics. I was finding it difficult, and me girlfriend had an old exercise book with one page of writing in it. It was about this bloke John Webster who I hadn’t heard of – not being that great an English student – and the first line was ‘John Webster was’ and it all fitted like that. I was always gonna change it, but then I thought, ‘Why should I?’. It’s supposed to be a joke, because it’s totally separate from what the rest of the song is. The NME review of the album was based around it, and they imagined I was some great literary freak or something!”

Hun albums Crocodiles en Ocean Rain behoren nog steeds tot mijn all-time favorieten. Tijdens het lezen van het boek kreeg ik ook veel zin om platen te draaien van Echo’s muzikale inspiratiebronnen, zoals de Velvet Underground, Television, David Bowie en Leonard Cohen.

Ten besluit twee video’s: de klassieker ‘Seven Seas‘ uit 1984 met licht absurde clip van Anton Corbijn, en het recentere ‘Stormy Weather‘ dat zich volgens mij kan meten met hun oude werk.

Recente stukjes

Recente reacties