The Alarm
Voor het eerst deed ik een aankoop bij Chananja, een christelijke muziekzaak in Hoog Catharijne (voorheen Sjofar). Deze winkel verkoopt niet alleen traditionele gospel, maar ook alternatievere artiesten met een religieus tintje, zoals U2, 16 Horsepower en zelfs Moby. In een uitverkoopbak zag ik een vrij recente cd van The Alarm, een band die ik uit het oog was verloren. Ze werden wel de ‘poor man’s U2′ genoemd, waarschijnlijk omdat hun rock ook veel bombast en idealisme bevat.
The Alarm komt echter niet uit Ierland maar uit Wales en hun muziek heeft meer een folk / punk-achtergrond. In Groot-BritanniĆ« hadden ze gematigd succes, in Nederland haalden ze zelfs nooit de tipparade, hoewel volgens mij ‘Rain in the Summertime‘ destijds de nodige airplay kreeg. “In the poppy fields” (2004) heeft niet veel aan hun status veranderd, toch zijn er een paar interessante dingen over het album en de band te vermelden.
De band is sinds 1981 actief als The Alarm, maar viel in 1991 uiteen door het opstappen van frontman Mike Peters. Later ging hij solo touren onder de naam The Alarm, tegen de zin van de andere originele leden in. Gitarist Dave Sharp lanceerde vorig jaar op zijn beurt een andere incarnatie van de band. Op “In the poppy fields” wordt Mike Peters bijgestaan door drie gelegenheidsmuzikanten, waaronder bassist Craig Adams (voorheen The Sisters of Mercy en The Mission).
Een van de nummers op het album is ’45 R.P.M.’, dat ook op single werd uitgebracht. Echter niet onder de naam The Alarm, maar als The Popyyfields. Naar verluidt wilde Peters voorkomen dat critici het nummer met vooroordelen zouden benaderen, daarom werd de schijn gewekt dat het om een nieuwe hippe retro-punk act ging. Er werd zelfs een clip gemaakt met jeugdige muzikanten. De truc werkte, want voor het eerst in jaren haalde ‘The Alarm’ de Britse hitlijsten!
Het formaat van “In the poppy fields” is apart: hoewel het materiaal op een enkele cd had gepast, is het uitgebracht als dubbel-cd. Waarschijnlijk om het gevoel van een LP te benaderen. ‘Side one’ bevat vooral stevige rock, ‘side two’ is veel meer ingetogen. Op vinyl is “In the poppy fields” overigens niet verkrijgbaar.
De eerste schijf rockt rechttoe rechtaan en klinkt nogal Amerikaans. Een voorbeeld is opener ‘Coming home’, medegeschreven door Billy Duffy (The Cult). Meest boeiend vind ik ‘The drunk and the disorderly’, dat me een beetje aan oude anthems als ‘Spirit of ’76‘ doet denken. De semi-akoestische tweede cd klinkt een stuk subtieler en kan me een stuk beter bekoren. In veel nummers is Peters melancholisch aan het terugblikken en evalueren, met teksten als “Sometimes you’ve got to stop believing to find the faith”. Vooral het afsluitende titelnummer is meeslepend.
Net als verwante groepen als New Model Army of The Levellers heeft The Alarm een zeer trouwe fanschare. Het familiegevoel gaat zover dat fans zich kunnen aanmelden voor een ‘gathering‘ in januari 2010, een weekend vol concerten, quizzen, workshops en meer. Toevallig las ik dat er afgelopen weekend in Zeeland iets soortgelijks was voor Marillion-fans.
Tot slot The Alarm in hun beste dagen, als opzwepende stadionband:
